
Het inlaatspruitstuk is dat deel van de motor waar de aangezogen lucht verzameld en verdeeld wordt over de verschillende cilinders.
Hoewel het vaak uit 1 stuk gegoten aluminium bestaat, kunnen we toch nog een paar verschillende onderdelen onderscheiden.

Op bovenstaande foto is het kale inlaatspruitstuk te zien van mijn 4A-GE Bigport motor. Op de achtergrond is nog het gashuis te zien, wat er normaal tegenaan bevestigd zit.
Zoals te zien is bestaat het voornamelijk uit de Collector (Soms ook wel eens Plenum genoemd) met daaraan de runners.
De Collector moet je eigenlijk zien als een soort opslagvat voor de aangevoerde lucht. Dit wordt gedaan om drukgolven in de rest van het inlaatkanaal zoveel mogelijk te beperken en om te zorgen dat alle cilinders een goede vulling kunnen krijgen.
Bij een directe toevoer of zonder collector zou de cilinder die het verst weg zou zitten immers minder lucht krijgen, dan de cilinder het dichtst bij de luchttoevoer.

Een kijkje in de collector
De toevoer vanaf de collector naar de cilinders worden de runners genoemd.
Nu kun je naar het plaatje kijken en je afvragen waarom de runners die vorm en lengte hebben. De meeste mensen staan er totaal niet bij stil, maar er is wel degelijk over nagedacht en kan zelfs helpen de motor efficiënter te laten lopen.
Ik ga proberen iets redelijk ingewikkelds wat eenvoudiger uit te leggen:
Om de lucht in de cilinders binnen te laten, worden de inlaatkleppen geopend en gesloten.
Je kunt je misschien voorstellen dat wanneer die kleppen openen, de lucht aangezogen wordt en als de kleppen vervolgens weer gesloten worden er een drukgolf ontstaat.
Die drukgolf gaat via de runners weer terug naar de collector en kaatst daar terug tegen de wanden van de collector en de gasklep en dergelijke weer terug in de runners.
Dit gebeurt natuurlijk duizenden keren per minuut en zo ontstaat er een puls die telkens heen en weer gaat door de runners.
Nu is dit niet echt ideaal, maar het kan ook nuttig zijn. Wanneer de drukgolf vanuit de collector de runners in gaat op het moment dat de kleppen open gaan, kan die drukgolf helpen de lucht in de verbrandingskamer te 'persen'.
Door de runners een bepaalde lengte te geven, kun je bepalen hoe lang het duurt voordat de drukgolf door de runners is. Hiermee kun je het spruitstuk zo 'tunen' dat je bij een bepaald toerental profijt hebt van de drukgolven die de lucht in de verbrandingskamer perst.
Nu heeft het inlaattraject van de Bigport motoren nog een extra toevoeging in de vorm van het T-VIS systeem (Zie hiervoor ook het artikel over T-VIS). Dit is nog een extra truc van Toyota om het koppel onderin de toerenband nog wat op te krikken.
Zoals je misschien wel hebt gezien op bovenstaande foto's heeft het inlaatspruitstuk van de Bigport motor in plaats van 4, maar liefts 8 runners. 2 Voor elke cilinder dus.
Het T-VIS systeem sluit voor elke cilinder 1 van deze runners af om zo de lengte van de runners te veranderen en het koppel onderin te verbeteren. In de hogere toeren (boven de 4350rpm) heeft de motor meer lucht nodig en worden de kleppen geopend. Hiermee verander je dus effectief weer de lengte van de runners, waarmee je het inlaatspruitstuk weer min of meer kunt 'tunen' op de hogere toerentallen en laat je de motor weer beter ademen. Ik vind het in ieder geval erg mooi verzonnen van Toyota.
Er steekt dus eigenlijk nog een hoop meer achter iets wat een redelijk simpel onderdeel lijkt te zijn.