
|
Zoals bij de meeste mensen wel bekend, heeft een benzinemotor een vonk nodig om het brandstofmengsel tot ontbranding te brengen. Hiervoor zit er in elke cilinder een bougie gemonteerd. De bougie is een onderdeel van het totale ontstekingssysteem en krijgt via de stroomverdeler, de door de bobine opgewekte hoogspanning (Meestal tussen de 15.000 en 25.000 volt!) via de bougiekabels binnen.
Meerdere factoren zorgen samen voor de ideale verbranding. Een te lage temperatuur heeft een slechte verbranding als gevolg. Dit uit zich voornamelijk door roetafzetting op de bougie. Een te hoge temperatuur kan het ceramische isolatiemateriaal doen barsten met als bijkomend risico dat door deze delen de motor vastloopt!
Een belangrijk gegeven dat we hier onthouden is dat een bougie niet
alleen voor een vonk zorgt, maar ook tegen extreme temperaturen bestand
moet zijn.
• De nodige vonk leveren voor
het ontsteken van het brandstofmengsel.
Een slechte warmteafvoer heeft een slechte verbranding en in extreme gevallen zelfontsteking tot gevolg (door de hitte ontbrand het brandstofmengsel vanzelf!). De hoeveelheid warmte die afgevoerd kan worden is verschillend voor elk type bougie. De codering waarmee ze wordt geďdentificeerd beschrijft niet alleen de mechanische kenmerken maar ook de warmtegraad.
Deze warmtegraad wordt bepaald door de constructie van de bougie. De isolatorneus is het warmste gedeelte van de bougie. Die moet er immers voor zorgen dat de warmte, ontwikkeld door de ontstekingselektrode, op de juiste manier wordt afgevoerd. Door de grootte van deze isolatorneus te veranderen, krijgt de bougie een andere warmteoverdracht. Het porselein van de isolator voert de warmte immers minder goed af als het metaal van het massa- lichaam. Dus door deze langer of korter te maken duurt het langer voordat de warmte goed afgevoerd wordt, wat uiteindelijk gebeurd door het massa- lichaam waarmee de bougie in de cilinderkop geschroefd zit, zoals in bovenstaande afbeelding duidelijk wordt. Bougies zijn ook zelfreinigend. Hiervoor moet de temperatuur van de elektrode minstens 500 °C bedragen. Bij deze temperatuur worden
afzettingen van de bougie af gebrand. Lagere temperaturen zorgen voor
een onzuivere ontsteking. Hierdoor zullen verbrandingsresten zich snel
gaan vastzetten op en rond de elektrode. Deze resten zorgen dan weer
voor lekstromen, die dan op hun beurt weer voor een slechte ontsteking
gaan zorgen. Opgelet, te warm is dan ook weer niet goed. Immers, als de
temperatuur van de elektrode boven de 850 °C stijgt, is er het risico op
barstende isolatie en detonatie of voortijdige ontsteking. Enige ervaring speelt een
belangrijke rol wanneer je een bougie wil aflezen. Maar hier toch een
klein overzicht met wat voorbeelden en waar je op zou kunnen letten:
Eerlijkheidhalve moet ik hier wel nog even vermelden dat ik mijn eigen tekst hier aangevuld heb, met deels bewerkte tekst en afbeeldingen van de site van wauterssteven.be. |